Proza


Naar buiten

Vandaag wandel ik voor het eerst naar buiten. Met laptop en thee in mijn rugzak begeef ik mij naar het plantsoen. Ik kwam eigenlijk nooit buiten, want ik wist niet goed waar ik heen zou gaan, wat ik daar buiten zou doen. Waar ik zou landen.

Een wens die al minstens een kwart leven ligt te rijpen op de kelderplank, ben ik vandaag zo maar gaan uitvoeren. Niemand kan zien dat het groots voor me is, iets wat een lange voorbereiding heeft gevergd. Ik zit hier immers eenvoudig op een bankje half in de zon uit te kijken over de vijver. De fontein spettert onophoudelijk en ruist in mijn oren. Ik heb dat liever dan het geluid van de zee, dat is me te veel lawaai.

Een reiger stapt langzaam door het gras heen en weer langs de waterkant. Misschien kan hij een visje vangen. Ik heb thee ingeschonken en kijk en luister. Een wagentje van de plantsoenendienst rijdt langs over het pad en stuift stofwolken op.

De bomen staan weelderig en vol in hun groen. Die hebben geen last van terughoudendheid of valse schaamte. Ze zijn ronduit zichzelf, nu de zon schijnt, maar ook wanneer het regent.
Mijn wens was om zonder doel, zonder strak plan, zo maar het leven in te stappen en dan te zien waar ik uitkom. Ik hoef geen boodschappen te doen, geen kind naar een feestje te brengen, niet hard te lopen voor mijn gezondheid. Enkel leven, op deze woensdagmorgen.
Ik sta op en wandel nog wat verder. Het bevalt me wel.

2 juni 2010

2 juni 2010